Home Contact Sitemap familieboom
Hoofdpersonen:
Meer informatie

 

 

Yke Hieminga (1889-1972)

Karakter

Volgens haar dochter Loes was ze vrolijk - optimistisch, soms wispelturig. Ze was een echte huisvrouw. Met een goed verstand, maar zonder opleiding. Slechts lagere school gehad. Ooit geprobeerd om een studieclubje engelse taal te volgen, maar al snel gestaakt. Op een tennisclubje gezeten met Martha Pereboom, Riek Weener (vrouw van hoofd plantsoenendienst), Truus Frouws en Ger Houtman.

Zie ook toespraak van zoon Henk Dulfer bij haar begrafenis.

Kon goed zingen en ‘toneelspelen’ zoals bleek bij volgende voorval. Dochter Loes: Bij het begin van de spoorwegstaking (september 1944) waren Vader Hendrik en Moeder Yke ondergedoken bij schoondochter Alie Dulfer-Ploeg in de Grotestraat te Ede. Op een dag ging Moeder Yke samen met Loes kijken in hun huis bij het station (Stationsweg 133 te Ede). Ze liepen naar binnen.  Toen ze weer naarbuiten (met een eierrekje) kwamen werden ze aangehouden door een Duitse spoorbeambte. Moeder Yke moest mee naar de Ortskommandantur in het dorp. Loes ging spoorslags naar de Grotestraat. Daar wachtte ze met Alie op bericht over Moeder.

Om 5 uur ‘s middags kwam Yke aanwandelen. Ze was door de Duitsers ondervraagd naar de verblijfplaats van Vader Hendrik. Ze had een scène opgevoerd en huilend gezegd "'k Wou dat ik wist waar hij was". Ze moest de Duitsers beloven dat ze zich meteen bij hen zou melden als Vader terugkwam. De Duitsers hebben overigens nooit huiszoeking gedaan.

Dochter Aukje: Moeder Yke bracht vrolijkheid in huis. Vergeleken met haar man Hendrik (die bedachtzaam en nogal rechtlijnig was) was ze veel uitbundiger, maar ook oppervlakkiger. Ze was (vooral 's ochtends) druk met het huishouden. Huis schoonhouden, eten koken, groenten en fruit inmaken (wecken), e.d. 

Voor allerlei klusjes deed ze overigens een beroep op Braafhart, een ondergeschikte van Vader Hendrik. Aukje herinnert zich dat Braafhart soms zelfs de schoenen poetste. Voor Hendrik bracht hij elke dag de tassen met werkstaten van kantoor naar het huis (en terug)

Yke ging niet naar de vrouwenvereniging (wanneer werden de Geref. Vrouwenvereniging en de NCVB in Ede opgericht?). Was het dorp 's avonds te ver weg? Misschien was het ook schuchterheid die te maken had met haar gebrek aan opleiding/kennis. Ze had daardoor wellicht een minderwaardigheidsgevoel (waarvoor ze volgens Aukje overigens niet openlijk uitkwam) en was daardoor in zeker opzicht verlegen om een bepaald soort gesprekken te voeren. (Ook bijvoorbeeld bij het zondagse koffiedrinken na de kerk bij de familie Pereboom aan de Berkenlaan/Prinsesselaan?) 
Volgens Loes had Yke geen minderwaardigheidscomplex had (zoals Aukje beweert) en daarom niet deelnam aan gesprekken.

Dochter Loes; hij hield van spelletjes, vooral van kaartspel PANG, het 'gereformeerde bridgen'. Ze was daar zeer gehaaid in; Loes verdenkt haar er van soms te 'smokkelen' (vals te spelen). Andere spelletjes waren sjoelen, schaken en dammen.

Zaterdagavond was het pinda's pellen/eten.

Volgens kleinzoon Jaap liep ze elke woensdag alle kramen op de markt af om goedkope artikelen te kopen.

(1-8-2001) Rie Dijksterhuis - de Nooij herinnert zich een kerkdienst in de Noorderkerk. Yke stond op en ging met Loes naarbuiten. Loes stribbelde tegen, waarbij ze hardop zei "Ik hoef helemaal niet". De familie de Nooij glimlachte omdat Yke Loes gebruikte om haar eigen 'hoge nood' te camoufleren. Loes bevestigt dit verhaal.

(augustus 2001) Sina Hoogenboezem-Cordes herinnert zich Yke als een hartelijk en meelevend persoon. Sina bezocht begin (?) van de oorlog vaak haar man Arie in het militair hospitaal in Utrecht. Hij werd daar verpleegd i.v.m. TBC. Ze ging dan met de trein naar Utrecht en stalde haar fiets bij Yke en Hendrik. Als ze - verdrietig van het bezoek- terug kwam van haar bezoek wachtte Yke haar op en nodigde haar uit om binnen te komen en een kopje thee te drinken.