Home Contact Sitemap familieboom
Terug naar de vorige pagina
 

Meer informatie

 

Kkaartje van Ede invoegen en plattegrond van huis aan de Grotestraat (incl. kelder onder het magazijn) maken. Ook foto van kinderwagen uit babyboek invoegen en fotop van bonkaart en persoonsbewijs.

 

Over de eerste oorlogsdagen schrijft Ali Dulfer-Ploeg in Gerard's Babyboek (geboren 17 januari 1940): 

"10 Mei 1940. Een donkere dag. Ons land verklaarde Duitschland den oorlog. Honderden Duitsche vliegtuigen vlogen over ons land en wierpen bommen. Duizenden ( 10.000) parachutisten daalden en trachten de voornaamste havens, steden en bruggen te bezetten.

Aan de avond van denzelfden dag (20.10) passeerde een stoottroep van het Duitsche leger ons huis en wisten we dat Ede in Duitsche handen was. Dezelfde avond vielen de eerste granaten in woningen over het spoor. 

Den volgenden morgen kwamen Opa en Oma met tante Loes bij ons. We wilden maar liever bij elkaar zijn en het leek ons hier nog wat veiliger dan bij het station. De heele dag waren we druk bezig met het in orde brengen van koffers en het verzorgen van de kelder onder het magazijn. 's Avonds begon het geschut in Veenendaal opnieuw Ede te beschieten waarop we met z'n allen in de kelder gingen en daar de gehele nacht bleven. Voor jou had papa een kistje klaargemaakt met een kussen erin. Je lag er heerlijk warm en indien het nodig was geweest hadden we je zoo mee naar buiten kunnen nemen. Je sliep zoo heerlijk en was je niet bewust hoe groot het gevaar was waarin we verkeerden. De vorige dagen en nachten had je steeds in de wagen gelegen in het tusschengangetje tusschen de keuken en de trap naar boven. We meenden dat je daar het veiligst was. Later toen de oorlog voorbij was (GHD: na 15 mei 1940)  hebben we hebben we wel gelachen om de slaappartij in de kelder, maar in die bewuste nacht zaten we in grote zorg en was er slechts een bede in ons of God ons in het leven wilde sparen, over ons wilde waken en zoo het anders in Gods raad beslist was of Hij ons dan wilde toebereiden om in te gaan in zijn Koninkrijk.

De volgende mogen (Zondagmorgen, 1e Pinksterdag) werd besloten dat we moesten vluchten. Het was ongelooflijk, vluchten. Vele malen hadden we reeds afbeeldingen gezien van groepen vluchtelingen en vervulde het ons met deernis over zoveel ellende en nu moesten we zelf vluchten.

De koffers werden op de fietsen gepakt alsook de dekens. Jij werd opnieuw in de wagen gepakt en nauwelijks half zeven vertrokken we. papa trok de wagen achter de fiets mee. Over de Stationsweg ging het over de overweg en toen langs de "Enka" om zoo langs het spoor in Wolfheze te kunnen komen. Het fietspad was niet breed en soms kwamen er flinke hellingen. Dan stapte Papa af, nam mijn fiets erbij en dan trok ik de wagen mee tegen de hoogte op. Tot tweemaal toe moesten we fietsen en kinderwagen over een loopgraaf tillen maar dat was ook alles. Geen landmijnen. Geen Duitschers. Een uur later waren we in Wolfheze en vonden we een toevlucht bij de fam. v. Silfhout."

Loes (24-8-2001): Hendrik, Yke en Loes gingen ook mee naar Wolfheze. Van Silfhout was een zakenrelatie van Henk, aan wie hij verf verkocht. Na de capitulatie op 15 mei 1940 keerden ze met zijn allen naar Ede terug.

"10 maart 1941. We leven in zoo'n zorgelijke tijd, daar heb je nog geen idee van. Voor jou is het leven een aaneenschakeling van zorgelooze en onbezorgde dagen en gebeurtenissen maar voor papa en mama niet. Sinds Nederland een bezet gebied is volgt de eene maatregel de andere op en zij vervullen ons met zorg. Wanneer de Heere het nodig mocht oordelen dat Nederland voorgoed onder Duitsch regiem komt dan zal het voor de christenen heel moeilijk zijn om de Overheid in alle dingen gehoorzaam te zijn. Het voortbestaan van de christelijke scholen is momenteel zeer twijfelachtig. De Geref. jeugdvereenigingen voor geestelijke ontwikkeling zullen dan zeer waarschijnlijk ook wel opgeheven worden. De Christelijke Radiovereeniging  is reeds opgeheven."

De voedselvoorziening werd gereguleerd via distributie met behulp van zogenaamde bonkaarten. Voor informatie over de schaarste aan eerste levensbehoeften en het distributiestelsel m.b.v. 'bonkaarten' zie gedeelte uit boek van John M. Snoek onder de titel "Soms moet een mens kleur bekennen".

Voor persoonsidentificatie werden persoonsbewijzen (Ausweisz) ingevoerd.