Home Contact Sitemap familieboom
Hoofdpersonen:
Meer informatie

 

Huwelijk 1911

Gezin omstreeks 1924

Huis Ede 1929

Uit de kerk - Loes Dulfer (1936)

Gezin 1936

 

 

 

Dulfer_Hieminga

Huwelijk

Getrouwd op donderdag 25 mei 1911 te Almenum. Zie huwelijksacte.

Ontvangdag op donderdag 23 mei 1911 van 3-5 uur bij J. Hieminga (broer Jan U.), Midlumerweg 12, Almenum (?)

Hendrik Dulfer leerde Yke Hieminga kennen op de ijsbaan in Harlingen.

N.B. De trouwdatum 25 mei viel samen met de trouwdatum van Yke’s twee oudere zussen en oudere broer. Die waren alle drie tegelijkertijd getrouwd op 25 mei 1905.

Ouders

Gerrit Hendrik Dulfer

1885 - 1967

Yke Hieminga

1889 - 1972 

Vader: Johannes Hendrik Dulfer

1853 - 1945

 

Moeder: Louisa Gesina Gijsbers

1848 -1921 

 

Getrouwd op ... te ...

Vader: Ulbe Jans Hieminga

1850 - 1929

 

Moeder: Aukje Fokje Abma 

1854 - 1935

 

Getrouwd op 11 mei 1878 te Wymbritseradeel

 

 Kinderen 

 

Johannes Hendrik (Henk)

Geboren: 18 april 1912 te Leeuwarden

Overleden: 18 juni 1983 te Ede

Ali Ploeg

Geboren: 4 maart 1908 te IJsselstein 

Overleden: 14 maart 1998 te Ede

Aukje (Aukje)

Geboren: 29 augustus 1914 te Leeuwarden

Louis van Stralen

Geboren: 21 augustus 1909 te Leiderdorp

Overleden: 10 juli 1996 te Driehuis

Louise Gezina (Loes)

Geboren: 8 october 1923 te Ede

Jaap van der Burg

Geboren: 28 maart 1911 te Vlaardingen

Overleden: 26 december 1996 te Driehuis

 

Woonplaatsen/huisvesting

Leeuwarden

Na huwelijk gingen ze wonen in Leeuwarden. (Gerrit) Hendrik kwam op 5-10-1910 vanuit Harlingen; Yke op 8-6-1911 vanuit Almenum.

Volgens het Bevolkingsregister woonden ze daar op de volgende adressen:

·         Nieuwstad 16 (7-3-1989 - 5-10-1910)

·         Marie Louisestraat 26 (5-10-1910 - 8-6-1911)

·         Kanaalstraat 20 (8-6-1911 - 20-01-1917)

Noot: in diezelfde tijd woonde in Leeuwarden volgens het Bevolkingsregister ook nog Johannes Theodorus Dulfer, geboren 28-3-1878, stucadoor uit Amsterdam, met zijn gezin: Femke Eding (geb. 10-2-1876 te Sneek), Bertha Theodora, Johannes Theodorus, Gerrit en Theodorus Johannes.

Princenhage

Blijkens de stamkaart van de gemeente Princenhage werd op 20 januari 1917 ingeschreven Gerrit Hendrik Dulfer, opzichter SS, samen met vrouw en twee kinderen (Henk en Auk). Zij woonden: Emerweg 46 (straat, plein, weg, park)

Op 4 Juli 1918 werd Gerrit uitgeschreven naar Harderwijk.

Vrouw en kinderen werden op 28 september 1918 uitgeschreven naar Ede.

Ede/Harderwijk/Barradeel

Volgens de stamkaart komen Yke, Henk en Auk op 4-10-1918 naar Ede en gaan wonen op het adres Stationsstraat 60, Ede.

Enkele dagen later (16-10) vertrekken ze alweer naar Barradeel om pas op 25-2-1919 definitief naar Ede te komen. Enkele dagen later (3 maart 1919 ) komt Hendrik vanuit Harderwijk naar Ede. Hij heeft in Sonnevanck in Harderwijk dus blijkbaar 8 maanden gekuurd voor zijn TBC.

*) In het boek Oud-Ede, vertellingen uit ons dorp van H.J. Nijenhuis (Vendet/Europese Bibliotheek, 1979; ISBN 90 288 5092 9) wordt verteld dat de bekende Jan Tulp in 1846 -op 25-jarige leeftijd- uit Zaandam naar Ede verhuisde wegens de gezondheidstoestand van zijn vrouw. Als een dokter, met de beperkte mogelijkheden van die tijd, in een slepende ziekte geen gat meer zag, werd als enige redmiddel aangeraden naar de Veluwe te trekken, in de hoop dat de dennenlucht genezing zou brengen. Helaas niet voor haar, want al spoedig na haar komst in Ede overleed zij.

Ede

Op 4-10-1918 naar Ede en gaan wonen op het adres Stationsstraat 60, Ede. Ook bij de gemeente Ede staat Gerrit te boek als Opzichter S.S. (Staats Spoorwegen).

Noot: in 1921 (?) wijzigt de gemeente Ede de naam Stationsstraat in Stationsweg; het huisnummer verandert meerdere malen: in 1921 van 60 naar 83 (Stationsweg!); in 1930 naar 111; in 1941 naar 133. In 1928 woont in het huis naast Gerrit en Yke (nummer 81) stationschef S.S. J.Ch. Muuren en zijn gezin. Aan de overkant van de Stationsweg bevond zich Hotel Welgelegen beheerd door de familie van den Berg. Dochter Loes herinnert zich (2002) dat daar op een nacht brand uitbrak. Broer Henk schoot ook te hulp. Hij kwam met een plant uit het brandende gebouw lopen; 'of all things': een plant. 

zie foto's van huis (o.a. uit 1929) Omstreeks 1921 (?) liet Hendrik op de bovenverdieping van het huis, aan de spoorkant, een zelf ontworpen dakkapel aanbrengen (vergelijk foto spoorwegovergang uit 1915 en 192x). Dochter Loes herinnert zich (2002) dat ze 's avonds nogal eens voor het raam naar het station stond te kijken. Maar op een avond wandelden haar ouders op het station en zagen Loes voor het raam. Ze kreeg behoorlijk op haar kop. Loes lag op die kamer -met haar 9 jaar oudere zus Aukje- in een tweepersoonsbed. Als Aukje later op de avond naar bed kwam drukte die Loes altijd van het door haar voorgewarmde plaatsje af. Afschuwelijk.

Zie ook foto's van het interieur. Loes herinnert zich dat ze een keer vanuit de rollende kinderstoel aan het wapperende kleed op de schoorsteenmantel trok. Alles wat er op stond kwam kletterend naar beneden.

Ze herinnert zich ook de komst van een Protos stofzuiger en het gebruik van een rolzuiger.

Omstreeks 1950? verhuisden zij naar ene neiuw gebouwd huis aan de Prinsesselaan 15 in Ede. Vandaar vertrokken zij in 1965? naar een aanleunwoning Louisde Henriettelaan 5 in Ede (tel. 08380 8190).

Gezin

Yke had twee- of drie-maal in de week een meisje (werkster). De meisjes waren volgens dochter Auk niet gereformeerd.

Yke bracht de gezelligheid in huis.

Yke had duidelijke opvattingen. Gerit hield zich altijd maar stil als Yke 'moeilijk' was. Yke hield dan vanzelf op. Yke zei soms tegen Vader: 'zeg nou ook 's wat', zoals ze hem later wel opjutte met de opmerking 'toe, juh'.. Er werd bijvoorbeeld gepraat over 'kerk en maatschappij', maar het waren geen diepgravende gesprekken.

Yke's wil was wet?

Verder trokken Hendrik en Yke er veel op uit. 's Avonds op bezoek gaan (of bezoek ontvangen). Verder fietsen en wandelen. De contacten beperkten zich merendeels tot gereformeerde kennissen. Dochter Auk kan zich als enige uitzondering een hervormde officier (???) en zijn vrouw herinneren die samen wel eens op bezoek kwamen.

Ook kwamen regelmatig familieleden uit Friesland logeren. Soms ook omdat ze voor zaken in de buurt moesten zijn en dan een nachtje kwamen slapen. De familieband met de familie Hieminga was intenser dan met de familie Dulfer in Winterswijk.

De zondag was een speciale dag. Dan werd gebruik gemaakt van de 'voorkamer', een nette kamer die gedurende de week niet gebruikt werd (behalve misschien voor bezoek?). Ook werden op die dag speciale kop en schotels gebruikt en was er bij het middageten een toetje.

Zondag drinken ze koffie bij de familie Pereboom Sr, die met een ongetrouwde dochter tegenover de School met de Bijbel woont (villa Rosalinde?). Na het overlijden verplaatst het koffiedrinken zich naar Dirk Pereboom (getrouwd met Martha), die aan de Berkenlaan woont en later naar de Stationsweg .. (hoek Prinsesselaan) verhuisd.

Koffiedrinken bij Pereboom (1975)

V.l.n.r. Dirk Pereboom, Hendrik Dulfer, Jan Pereboom, Martha Pereboom, Yke Dulfer

Ook wordt samen Sinterklaas en Kerstfeest gevierd. 'Oom' Dirk zette een zeer (!) grote kerstboom op met zilveren versieringen. Op een van de twee kerstdagen waren ze te gast. 'Oom' Dirk las het evangelie uit Lucas 2; 'Tante' Martha een kerstverhaal. De kinderen kregen een mandarijn in zilverpapier. Dat was een HEEL bijzondere traktatie want er waren haast geen mandarijnen te krijgen.

's Zomers kregen ze gedurende een paar weken een rooms katholieke officier te gast. Die vervulde in Ede zijn dienstplicht als reservist (herhalingsoefening). Hij was hoofd van een R.K. school in Oss. Het was een gezellige man; wederzijds veel plezier. Men praatte o.a. over overeenkomsten en verschillen tussen beider geloofsgemeenschap.

Ook waren ze een adres voor zondagse opvang van officieren-in-opleiding (SROBA) in Ede. Tot de gasten behoorden o.a. Henk de Jonge, Garmt Kieft en Dick Mantz. Voor de dochters was het leuk deze jonge mannen over de vloer te hebben.

SROBA-gasten (1938)

Tenslotte waren ze een logeeradres voor predikanten die in Ede kwamen preken (en niet op zondag mochten reizen), o.a. Ds Allaart (die na de preek op het logeeradres een geklutst ei met cognac kreeg omdat dat goed voor de keel was) en Ds van Nes (tegen wie Loes een keer zei dat ze bij hen aan tafel niet met een volle mond mochten praten).

De familie Pereboom behoorde tot de zeer goede vrienden. Dirk Pereboom stalde –als hij met de trein op reis moest- zijn fiets altijd bij Vader en Moeder en kwam na terugkeer altijd een kopje koffie drinken en vertellen. Heel gezellig. Auk denkt dat hun relatie stoelde op de friese achtergrond en de vrolijkheid van Yke (naar buiten). Overigens wilde Yke -volgens Auk- ook wel eens het contact stop zetten omdat ... ??de gesprekken haar boven de pet gingen??

Hij schonk de grond voor de bouw van de Zuider/Beatrixkerk. Toen de kerk klaar was en een boer op de voorgevel de letters PX zag lokte dat de volgende reactie op: dat Pereboom de grond geschonken heeft is mooi, maar dat nu op de voorgevel "Pereboom en Consorte" moet staan gaat te ver. Pereboom moest er hartelijk om lachen.

Loes herinnert zich nog levendig hoe er omstreeks 1929 elektrisch licht in huis kwam. Het was werkelijk een wonder dat je met een knopje aan de muur licht aan het plafond kon aandoen. Daarvoor werd van gasverlichting (?) gebruik gemaakt.

Ook de komst van de eerste stofzuiger (merk Protos) was begin dertiger jaren een hele gebeurtenis. Er werd daarvoor van een rolzuiger gebruikt gemaakt. Wat overigens ook als een hele uitvinding werd gezien.

Anekdote: toen ze al oud waren en Hendrik vanwege zijn gezondheid wat meer in beweging moest zijn jutte Yke hem op de opmerking: toe je, loop eens even om de tafel.

Hobbies/cultuur/kunst

Yke leerde in haar ouderlijk huis orgel spelen. Na haar huwelijk met Hendrik werd er in hun huis vaak op het orgel gespeeld. En gezongen. Yke en Hendrik konden beiden goed zingen. Later, in Ede, kwam tweemaal in de week een clubje vrienden op bezoek om samen te zingen. Bijvoorbeeld Duitse liederen uit 'Liederschatz'. Op zondag werden geestelijke liederen gezongen.

Er was geen aandacht voor kunst en cultuur. Wel gingen Hendrik en Yke samen regelmatig naar de concertzaal Musis Sacrum in Arnhem; voornamelijk voor uitvoeringen van Brandts Buys. Ze bezochten concerten van de Oratoriumvereniging, waarin hun vriendin Martha Pereboom zong.

Ook gingen ze wel met vrienden in Arnhem naar de bioscoop. Op dat punt waren ze dus ruimer dan velen uit hun kring (zie Parade der Mannenbroeders). Auk mocht ook wel met vriendinnen naar de bioscoop (omstreeks 1921). Overigens werd er niet gebridged. In plaats daarvan speelde men wel het kaartspel Pang, ook wel 'gereformeerd bridge' genoemd.

Hendrik las veel; Yke niet. Hendrik las vooral goede, gereformeerde kost. Ze waren lid van de boekenclub van de protestantse uitgeverij Kok in Kampen. O.a. Sil de Strandjutter van Cor Bruin. Ze waren abonnee van het dagblad De Heraut (Standaard?) en het protestantse weekblad De Spiegel. Ook hadden ze een abonnement op de (seculiere) leesportefeuille, waarin o.a. bladen voorkwamen als Panorama, De Lach en Het Leven. Yke las het blad ... met daarin adviezen van de beroemde VU-hoogleraar pedagogiek Jan Waterink.

Opvoeding van de kinderen

Loes: De kinderen worden streng opgevoed. Zondags tweemaal naar de kerk (orgelpijpen tellen!), alleen wandelen (niet fietsen!) of lezen, verder spelletjes doen en WANDELEN! (dat laatste heeft ze teveel gedaan; ze vindt fietsen nog steeds leuker! (2001)). In de puberteit zondagmiddag met haar vriendin Truus Frouws en de hond van Truus wandelen, waarna men om beurten bij de een of de ander blijft eten.

Zie links fot van Loes komend uit de kerk in 1936.

Rie Dijksterhuis - de Nooij (2002) herinnert zich een kerkdienst in de Noorderkerk. Yke stond op en ging met Loes naar buiten. Loes stribbelde tegen, waarbij ze hardop zei "Ik hoef helemaal niet". De familie de Nooij glimlachte omdat Yke Loes gebruikte om haar eigen 'hoge nood' te camoufleren. Loes bevestigt dit verhaal.

Dochter Loes herinnert zich dat zij volgens Henk en Auk het veel makkelijker heeft, maar dat blijkt betrekkelijk. Ook voor haar zijn er duidelijke regels. Ze mag niet met Truus Frouws naar de film, hoewel Moeder Frouws in de filmkeuringscommissie zit.

Ook moet ze een afspraak met een vriendinnetje om op zondagmiddag te gaan fietsen afzeggen. Haar argument dat ze ‘s zondags ook op de fiets naar de Noorderkerk gaan levert niets op. Het maakt een groot verschil of je naar het Godshuis gaat of gewoon fietsen.

Bij haar (geringe!) protest aangaande geloofszaken werd door haar ouders verwezen naar 'de Bijbel van kaft tot kaft'.

Er was geen sprake van seksuele opvoeding (zie A.C. de Gooijer, Het beeld der vad'ren, Bosch en Keuning, 1964). Loes herinnert zich dat ze een keer spelend met Truus Frouws hoorde vertellen dat een bepaalde ‘buurvrouw’ een kind gekregen had. Dat leek hen onmogelijk want ze hadden haar de vorige dag nog blakend van gezondheid zien rondlopen. Ze wisten uit ervaring dat bij het krijgen van een kind een vrouw ‘ziek was’, want die lag dan altijd in bed. De ‘buurvrouw’ was niet ziek, dus …

Ook een vraag aan tafel naar de betekenis van het woord ‘voorhuid’ voorkomend in een Bijbellezing aan tafel leverde geen uitleg op, maar een wat lacherige reactie. Loes dacht aan voorhoofd.

De strenge lijn wordt in huis door Vader ingebracht (Auk noemt hem rechtlijnig), niet Moeder (Auk noemt haar makkelijker). Overigens is Vader niet zo streng als zijn zwager Anne van der Meulen, getrouwd met Tjits Hieminga. Die scheert zich op zaterdagavond (niet op zondag) en maakt op zondag geen gebruik van de telefoon omdat dan de telefoniste voor hem moet werken.

Moeder Yke had weinig consideratie met de geringe eetlust van Loes. Vader Hendrik nam de vellen van de melk voor zijn rekening en ook de 'velletjes' van het vlees. Moeder en Loes hadden soms de slappe lach, waar vader Hendrik niets van snapte.